Planten

Voor de pilot zal de aandacht vooral uitgaan naar die gebieden waar provinciale ANLb doelsoorten van vochtige milieus (sloten, poelen en grasland (inclusief sloottaluds en bermen) voorkomen of, na uitvoering beheermaatregelen, kunnen worden verwacht.

Per object of traject wordt de presentie (aan-/afwezigheid) van de betreffende doelsoorten gescoord. Naast deze doelsoorten zijn tevens een aantal indicerende soorten in de monitoring opgenomen, dit zijn soorten die iets zeggen over de kwaliteit van het betreffende leefgebied. Zo kan op basis van een beperkte set goed herkenbare waterplanten informatie worden verkregen over (veranderingen in) de waterkwaliteit ter plekke en kan op basis van een set goed herkenbare graslandplanten iets worden gezegd over de bloemrijkdom (nectarbron voor bestuivers) en voedselrijkdom.